Europese luchtvaartmaatschappijen handhaven onbeschaamd een eersteklas cabine-ervaring die velen buiten het continent als een voordeliger product zouden beschouwen. Dit model, vaak ‘Eurobusiness’ genoemd, is gebaseerd op standaard economy-stoelen waarvan de middelste stoel geblokkeerd is om extra ruimte te bieden, maar wordt op de markt gebracht en geprijsd als volledige business class.
Het Eurobusiness-model
Het concept is niet uniek: luchtvaartmaatschappijen zoals Air New Zealand verkopen vergelijkbare configuraties op korteafstandsroutes, en Amerikaanse budgetmaatschappijen zoals Frontier bieden opties met extra beenruimte. Zelfs sommige Aziatische goedkope luchtvaartmaatschappijen bieden tegen een extra vergoeding ‘space-seats’ aan. In Europa hebben oudere luchtvaartmaatschappijen deze aanpak echter gestandaardiseerd en bestempeld als een legitiem business class-aanbod.
Waarom Europa opvalt
Het belangrijkste verschil ligt in de branding en prijsstelling. In plaats van dit als een premium economy-optie te positioneren, verkopen Europese luchtvaartmaatschappijen het actief als business class, vaak tegen een aanzienlijke prijsverhoging. Deze aanpak neemt niet af; luchtvaartmaatschappijen doen er nog een schepje bovenop, zelfs na overnames zoals de overname van SAS door Air France-KLM.
SAS keert terug naar de Eurobusiness
De Scandinavische luchtvaartmaatschappij SAS is onlangs teruggekeerd naar een traditionele Eurobusiness-indeling, ter vervanging van eerdere experimentele configuraties. Deze stap toont aan dat we ons inzetten voor het behoud van het premiummodel, ondanks mogelijke verwarring of kritiek bij klanten. De praktijk benadrukt de bereidheid om prioriteit te geven aan winstgevendheid boven strikte definities van cabineklassen.
Europese luchtvaartmaatschappijen kiezen ervoor om business class te definiëren op basis van ruimte in plaats van voorzieningen, wat een signaal is van een verschuiving in de verwachtingen voor premium reizen over korte afstanden. Het voortbestaan van dit model suggereert dat het winstgevend en acceptabel blijft voor een segment van reizigers dat bereid is te betalen voor extra ruimte, ongeacht de technische classificatie van het product.
