De meest recente financiële resultaten van Lufthansa Group laten een opvallend verschil zien in de prestaties van haar dochterondernemingen. Hoewel de groep als geheel een recordomzet rapporteert, is de winstgevendheid ongelijk verdeeld. SWISS komt als duidelijke winnaar naar voren en realiseert een winstmarge van 9,3% – tien keer hoger dan de schamele 0,9% van Lufthansa. Deze onevenwichtigheid roept vragen op over de operationele efficiëntie en strategische richting van Lufthansa.
De uitsplitsing van de winstgevendheid
De resultaten van 2025 laten een scherp contrast zien in de marges:
- SWISS: €600 miljoen winst op €6,48 miljard omzet (9,3% marge)
- Eurowings: €132 miljoen winst op €3,08 miljard omzet (4,3% marge)
- Oostenrijks: €81 miljoen winst op €2,54 miljard omzet (3,2% marge)
- Brussel: € 28 miljoen winst op € 1,65 miljard omzet (1,7% marge)
- Lufthansa: € 148 miljoen winst op € 17,1 miljard omzet (0,9% marge)
Dit betekent dat SWISS niet alleen winstgevender is, maar bijna 2x zo winstgevend als Lufthansa, en zelfs meer in vergelijking met Oostenrijk, Eurowings en Brussel. Het verschil is groot genoeg om aanleiding te geven tot een herevaluatie van de toewijzing van middelen binnen de groep.
Waarom Lufthansa worstelt
Verschillende factoren dragen bij aan de ondermaatse prestaties van Lufthansa:
- Vertraagde vlootvernieuwing: De afhankelijkheid van de luchtvaartmaatschappij van oudere, minder efficiënte vliegtuigen als gevolg van aanhoudende vertragingen bij de levering van de Boeing 777-9 heeft haar winstgevendheid belemmerd.
- Problemen met het upgraden van de cabine: De uitrol van nieuwe Allegris-cabines werd geplaagd door tegenslagen, stijgende kosten en een afnemende cabinedichtheid.
- Concurrentiezwakte: Lufthansa heeft moeite om duidelijke concurrentievoordelen te behalen, terwijl rivalen als Air France vooruitgang hebben geboekt op het gebied van productverbeteringen.
Deze uitdagingen samen zorgen voor een perfecte storm die de marges van Lufthansa ondermijnt. Ondertussen profiteert SWISS van een meer gerichte strategie en een potentieel sterkere operationele uitvoering.
Centralisatieparadox
De stap van de Lufthansa Group naar gecentraliseerd beheer in Frankfurt lijkt gezien de resultaten contra-intuïtief. Dochterondernemingen met een grotere autonomie presteren consequent beter dan Lufthansa, wat erop wijst dat het terugdringen van de onafhankelijkheid de winstgevendheid eerder kan onderdrukken dan stimuleren. De CEO van de groep, Jens Ritter, erkent de noodzaak van ‘structurele veranderingen’, maar de huidige aanpak lijkt in tegenspraak met de financiële gegevens.
Toekomstperspectief
Ondanks de uitdagingen blijft het management van de Lufthansa Groep optimistisch over een ommekeer in 2026. Gezien de aanhoudende prestatiekloof is scepsis echter gerechtvaardigd. De ironie is dat de luchtvaartmaatschappij winstgevendheidsproblemen lijkt te gebruiken als rechtvaardiging om functies uit te besteden aan dochterondernemingen met lagere arbeidskosten. Het pad voorwaarts blijft onzeker, en of Lufthansa de kloof met zijn meer winstgevende tegenhangers kan dichten valt nog te bezien.
Concluderend: de resultaten van de Lufthansa Group voor 2025 benadrukken een schril contrast in de financiële prestaties. De vlaggenschipluchtvaartmaatschappij loopt aanzienlijk achter op SWISS en andere dochterondernemingen, wat fundamentele vragen oproept over haar operationele strategie en toekomstige richting. Het vermogen van de groep om deze onevenwichtigheden aan te pakken zal bepalen of Lufthansa haar concurrentievoordeel kan herwinnen.
























